DOELGROEPEN

Wanneer een logopedist(e) contacteren?

Ongeacht de leeftijd kan het altijd nuttig zijn advies in te winnen bij een logopedist als u bijvoorbeeld merkt dat het vragen of opdrachten niet begrijpt, vaak hees is, stottert, klanken weglaat, woorden vervormt, problemen heeft met lezen en schrijven enzovoort.

Bij kinderen is het heel belangrijk de ontwikkeling op de voet te volgen. Hier volgen enkele mijlpalen in de ontwikkeling van de communicatie. In de volgende gevallen kan het nuttig zijn informatie in te winnen bij een logopedist of specialist:

  • 10 maanden: het kind brabbelt nog weinig
  • 18 maanden: het kind zegt nog geen woord of het praat bijna uitsluitend in klinkers / lijkt weinig taal te begrijpen
  • 2-2,5 jaar: het kind maakt nog geen tweewoordzinnen
  • 3-4 jaar: het kind maakt nog geen kleine zinnetjes of is grotendeels onverstaanbaar
  • 4-4,5 jaar: het kind kan nog geen verhaaltje of gebeurtenis vertellen of spreekt nog niet alle klanken goed uit
  • 5 jaar: het kind maakt nog geen goede zinnen.
 

Logopedische problemen komen echter niet alleen voor bij kinderen, maar ook bij adolescenten, volwassenen en zelfs bij bejaarden. Al te vaak worden deze problemen nog onderschat, geminimaliseerd of in het ergste geval over het hoofd gezien.

Hier vermeld ik enkele problemen die zeker aandacht verdienen:

  • Eet-, drink- en slikproblemen bij baby’s en jonge kinderen (prelogopedie)
  • Taalontwikkelingsproblemen bij kinderen (kinderdysfasie)
  • Spraak-, articulatieproblemen en -stoornissen (o.a. accent, dialect, verbale dyspraxie, rhotacisme, slissen)
  • Stoornissen ten gevolge van gespleten lippen, gehemelte en/of tandkassen (schisis)
  • Stem (stembandknobbels, hese, schorre stem)
  • Auditief en visueel geheugen
  • Leerproblemen en leerstoornissen, faalangst : lees-, spellings-, schrijf- en rekenproblemen/-stoornissen (dyslexie, dyscalculie, dysorthografie, dysgrafie)
  • Concentratieproblemen- en stoornissen, werkhouding
  • OMFT: staat voor oromyofunctionele therapie en wordt toegepast bij het afleren van afwijkende mondgewoonten (onder andere duim- of vingerzuigen, mondademen, slikken en/of praten met de tong tegen of tussen de tanden. 

 

Veel voorkomende problemen bij volwassenen:

  • Adem (zoals hyperventilatie, verkeerde spreekadem)
  • Eet-en drinkproblemen, slikproblemen en slikstoornissen (onder andere na hersenletsel, bij neurologische ziektes, zoals de ziekte van Parkinson, Parkinson Plus, ALS, Multiple Sclerose, beroerte of CVA)
  • Spraak (bijvoorbeeld snel en onverstaanbaar spreken o.a. door beroerte, ongeval of tumor of bij neurologische ziektes, dysartrie, slecht verstaanbaar spreken, nasaal spreken, vloeiendheidsstoornissen, dyspraxie, layryngectomie)
  • Stemklachten (stembandknobbels, hese of schorre stem, stem die wegvalt
  • Geheugen (visueel en auditief geheugen)
  • Gehoor (spraakafzien)
  • taal (taalproblemen, niet aangeboren hersenletsels, bijvoorbeeld afasie ten gevolge van een herseninfarct)